Gewoon bijzonder: het werk van Maartje Faasse als senior adviseur waterbeheer midden in de extreme droogte crisis

“Dit hebben we nog nooit meegemaakt”: Maartje staat midden in de droogte crisis van Nederland

Terwijl Nederland geniet van een zonovergoten zomer, speelt zich achter de schermen een heel ander verhaal af. Door aanhoudende droogte staat de beschikbaarheid van zoet water onder druk en moeten waterbeheerders dagelijks afwegingen maken die gevolgen hebben voor natuur, landbouw, recreatie en scheepvaart. Maartje Faasse, senior adviseur waterbeheer bij Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, speelt daarin een belangrijke rol. Zij vertelt over de uitdagingen van waterbeheer in droge tijden, de impact van haar werk en de uitdagingen voor de toekomst. 

Van Zeeuws meisje naar waterexpert

Dat water een belangrijke rol zou gaan spelen in haar leven, zat er al vroeg in. Als Zeeuws meisje bracht Maartje veel tijd door aan de kust, waar ze met een schepje en een emmertje dijkjes bouwde op het strand. Ook de verhalen van haar grootouders, die de Watersnoodramp van dichtbij meemaakten en hun boerderij onder water zagen staan, maakten indruk.

Maartje: “Ik vermoed dat dat er toch wel iets mee te maken heeft gehad. Oorspronkelijk wilde ik meteoroloog worden, maar uiteindelijk ben ik toch bij de hydrologie terechtgekomen. Na mijn middelbare school ben ik Fysische Geografie gaan studeren. Via die opleiding ontdekte ik dat waterkunde eigenlijk beter bij mij paste. Vervolgens ben ik mijn afstudeerstage gaan doen bij Waternet en daar ben ik eigenlijk blijven hangen. Inmiddels werk ik al zo’n vijftien jaar voor het waterschap.”

Maartje Faasse staat in een groen veld.

Met één been in de crisis, met het andere in de toekomst

Sinds 2018 richt haar werk zich steeds meer op wat zij zelf het ‘hardcore waterbeheer’ noemt. Eerst via Slim Watermanagement IJsselmeergebied, later via het Deltaprogramma IJsselmeergebied en het Deltaprogramma Zoetwater. Daarnaast vervult ze een belangrijke rol binnen de crisisorganisatie als coördinator scenario's. Maartje: "Ik adviseer over hoe een situatie zich kan ontwikkelen en welke maatregelen nodig kunnen zijn. Dat sluit mooi aan op mijn werk voor de deltaprogramma's, waar we juist ver vooruit kijken."

Aan de ene kant houdt ze zich bezig met acute vraagstukken: komt er voldoende water beschikbaar? Welke maatregelen moeten vandaag worden genomen? Aan de andere kant werkt ze aan scenario's voor de komende decennia. Wat betekent klimaatverandering voor Nederland? Welke infrastructuur hebben we straks nodig? En welke keuzes moeten we nu al maken? Maartje: “Juist die wisselwerking vind ik interessant en is dynamisch genoeg om dit werk te blijven doen. Het gaat niet alleen over droogte, maar ook over wateroverlast. Het watersysteem rond het Amsterdam-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal reageert ongelooflijk snel op regen. Bij een stijging van tien centimeter in het waterpeil beginnen wij ons al zorgen te maken. Het is een spelletje met mezelf: kan ik ontwikkelingen zien aankomen? Kan ik voorspellen wanneer bepaalde maatregelen nodig zijn?"

Records worden verbroken maar dat is geen feestje

Vooruitkijken is op dit moment belangrijker dan ooit. Nederland heeft opnieuw te maken met droogte, maar volgens Maartje verschilt de huidige situatie wezenlijk van eerdere droge jaren. “In 2018 vond ik het al heftig, en in 2022 werd het nog extremer. Maar wat we nu zien, hebben we nog niet eerder meegemaakt. Nederland hangt voor een belangrijk deel aan het infuus van de Rijn. Ons gebied is sterk verbonden met het Amsterdam-Rijnkanaal: zolang daar voldoende water doorheen stroomt, krijgen wij ook genoeg water. Maar daarvoor moet er wel voldoende water vanuit de rivieren komen. En juist daar zit het probleem. Er stroomt momenteel minder water door de Rijn dan ooit eerder sinds het begin van de metingen. Vanmorgen zag ik zelfs dat het record uit 1947 is verbroken. We bevinden ons echt op onontgonnen terrein.”

Sluis Weesp
Gestremde sluis bij Weesp

De praktijk weet ons toch weer te verrassen 

Veel bestaande kennis en ervaring zijn niet automatisch toepasbaar, omdat geen enkele droogte hetzelfde is. Maartje: “We moeten steeds opnieuw kijken: wat gebeurt er nu en hoe gaan we daarmee om?”

Extra uitdagend is dat deze extreem lage rivierafvoer niet werd voorzien. Vorige week werd nog verwacht dat de afvoer rond de 650 kubieke meter per seconde zou blijven, terwijl die inmiddels rond de 610 ligt en mogelijk verder daalt naar 590. Maartje: “Daar moeten we echt iets mee, want veel riviermodellen zijn in het verleden vooral gekalibreerd op hoogwater en niet op extreem laagwater. Die ontwikkeling is noodzakelijk, want op dit moment lopen we daarin achter. Dat is eigenlijk best bijzonder: we kunnen zoveel voorspellen, maar de praktijk weet ons toch steeds weer te verrassen. En eerlijk gezegd voelt dat niet comfortabel. Dus als er nu wordt gezegd dat we ongeveer op het dieptepunt zitten, dan denk ik: dat moeten we nog maar zien.”

Kwetsbare natuurgebieden gaan voor 

Wanneer water schaars wordt, moeten keuzes worden gemaakt. Welke belangen krijgen voorrang? Daarvoor bestaat in Nederland de zogenoemde verdringingsreeks. Die bepaalt welke functies prioriteit krijgen wanneer er niet genoeg water beschikbaar is. Maartje: “Kwetsbare natuurgebieden vallen in een hoge categorie. Als die geen water krijgen, ontstaat onherstelbare schade. Dat geldt ook voor de veiligheid van dijken. Dat betekent soms dat andere functies moeten wijken. Scheepvaart valt lager in de verdringingsreeks. Daardoor kunnen maatregelen om natuur te beschermen gevolgen hebben voor de recreatievaart of beroepsvaart."

Dat klinkt eenvoudig, maar het gaat vaak om ingewikkelde afwegingen, vertelt Maartje. “In het gebied rondom Muiden worden steeds vaker noodmaatregelen ingezet. Door lage waterstanden in het Markermeer en problemen met blauwalg moet ook voortdurend worden gekeken welk water nog bruikbaar is en waar het naartoe kan worden geleid.”

Samenwerken om Nederland draaiende te houden

Water houdt zich niet aan provinciegrenzen, gemeentegrenzen of organisatiegrenzen. Samenwerking is daarom een vanzelfsprekend onderdeel van haar werk. Op dit moment is Maartje plaatsvervangend voorzitter van het Regionaal Droogteoverleg West-Midden, waarin waterschappen, provincies, Rijkswaterstaat en drinkwaterbedrijven samenwerken. Maartje: “We doen dit echt samen. Alleen als waterbeheerder red je het niet. In deze overleggen wordt voortdurend bekeken hoe de situatie zich ontwikkelt, welke risico's ontstaan en welke maatregelen nodig zijn. Inmiddels werkt het als een geoliede machine. Je leert elkaar goed kennen en begrijpt ook steeds beter waarom andere partijen bepaalde keuzes maken. Uiteindelijk proberen we allemaal hetzelfde te bereiken: het voorkomen van teveel schade."

We zijn inmiddels op een punt gekomen waarop we het als waterschappen niet meer alleen kunnen. Eeuwenlang hadden waterschappen het waterbeheer redelijk onder controle, maar het klimaat wordt steeds extremer.

Maartje Faasse houdt een droge tak vast, vlakbij kantoorgebouwen. Maartje Faasse

Waarom crisissen soms ook helpen

Maartje vertelt over de noodpompen die de afgelopen jaren meerdere keren nodig waren bij Muiden. Elke zomer wordt opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar het systeem daar is. "We werken nu aan de voorbereiding van een nieuw aanvoergemaal. Daardoor zijn die noodpompen straks hopelijk niet meer nodig. Een crisis laat de urgentie zien en helpt om dit soort structurele oplossingen sneller van de grond te krijgen. Ook onderzoeken we maatregelen zoals ondergrondse wateropslag en het hergebruik van gezuiverd afvalwater voor de landbouw. Toch blijft financiering een aandachtspunt. We weten nog niet precies hoeveel geld hiervoor beschikbaar wordt gesteld. Terwijl dit investeringen zijn die nodig zijn om Nederland veilig en leefbaar te houden. Daar kan ik wel eens buikpijn van krijgen.”

Noodpompen pompen water weg vanuit het Markermeer in de Vecht te pompen, over een beer bij het Muiderslot.

De uitdagingen voor de toekomst

Met de trend die Maartje de afgelopen jaren ziet als het gaat om zowel wateroverlast als watertekorten, liggen er volgens haar grote opgaven voor de toekomst. Steden, dorpen en polders zullen veel meer als een spons moeten gaan functioneren. Regenwater moet langer worden vastgehouden op plekken waar dat geen schade veroorzaakt, zodat het beschikbaar blijft in droge perioden. Dat vraagt ook om slimme ruimtelijke keuzes. “Als je in een polder gaat bouwen, laat dan bijvoorbeeld de laagste delen vrij. Het water stroomt daar van nature naartoe. Wanneer je daar toch een woonwijk bouwt, verplaats je de overlast naar andere plekken of moet je veel harder gaan pompen. Dan raak je het water weer kwijt én moet het afvoersysteem die extra belasting aankunnen.”

Volgens Maartje vraagt dit om een inrichting van Nederland die beter aansluit op het watersysteem, waarvan de basis al eeuwenoud is. “Je kunt daar niet zomaar van alles aan veranderen. Daarom moeten we goed nadenken over waar en hoe we bouwen.” Ook het herstel van de bodem speelt daarbij een belangrijke rol. “Daar staan we nog onvoldoende bij stil. Veel landbouwgrond is door jarenlang gebruik van pesticiden en kunstmest verarmd geraakt. Juist een gezonde, levende bodem kan veel meer vocht vasthouden. Als we beter voor onze bodem zorgen, helpt dat niet alleen tegen droogte, maar maakt het ons watersysteem als geheel ook veerkrachtiger. Daar ligt echt een belangrijke opgave.”

De koelste zomer van je leven 

Ondanks de grote maatschappelijke uitdagingen gelooft ze dat ook inwoners een rol kunnen spelen. Maartje: "Wetenschappers zeggen wel eens: dit is de koelste zomer van de rest van je leven. Dat zet je wel aan het denken. Deze mindset willen we graag overbrengen naar de rest van Nederland. Gebruik een regenton, zorg voor een groene tuin of vang het eerste koude douchewater op voor je planten. Volgens de transitietheorie heb je uiteindelijk maar een kwart van de mensen nodig die meedoet. Daarna versnelt de verandering vanzelf.”

Kleine maatregelen lijken misschien weinig effect te hebben, maar volgens haar dragen ze wel degelijk bij. Voorlopig richt ze zich eerst op de komende weken want de uitdaging waar Nederland voor staat, houdt aan.