Test header

Terugblik Themamiddag circulaire infrastructuur

Op 27 september kwamen in Utrecht ruim 70 weg- en waterbeheerders bij elkaar om circulariteit in de GWW-sector te bespreken. Het belang van circulariteit wordt door vele beheerders erkent, maar hoe organiseer je dit nu binnen je eigen organisatie? De hoofdvraag die alle deelnemers meekregen gedurende de dag was dan ook “wat ga je met de uitkomsten van deze middag doen in je eigen organisatie?” Om context te geven aan circulariteit binnen infrastructuur werd gestart met drie plenaire presentaties vanuit zowel de overheid als de markt. Vervolgens kon men nog kiezen uit een aantal presentaties waarin verder werd gegaan op het onderwerp.

Bon Uijting – Adviseur Circulaire Economie Rijkswaterstaat

Hoe ziet de roadmap naar verduurzaming van asfalt eruit? Welke innovaties komen tot stand en hoe kunnen deze versneld worden?

De circulaire ambities van Rijkswaterstaat zijn drieledig: 50% minder primaire grondstoffen in 2030, Nederland Circulair in 2050 en Rijkswaterstaat werkt circulair in 2030. Rijkswaterstaat verbindt hierbij 4 inhoudelijke thema’s: Circulair ontwerpen, bouwen en onderhouden, circulaire data en meten, circulair materiaal gebruik en circulaire inkoop.

Bon richt zich in zijn presentatie en werk op de opgave van duurzaam asfalt binnen Rijkswaterstaat. Deze opgave is niet gering: 90 km2, waarbij de markt al met innovatieve oplossingen komt. Maar wat is het onderscheidend vermogen van deze innovaties? Om de doelstellingen te halen gaat Rijkswaterstaat uit van een transitie op basis van disruptieve scenario’s, Disruptieve scenario’s richten zich op een andere organisatie, nieuwe vormen van financiering en nieuwe technieken. Dit heeft geresulteerd in een Roadmap Duurzamer Asfalt, waarin wordt ingezet op het vergroten van de levensduur van ZOAB, de CO2 footprint, de MKI te verlagen en het hergebruik te vergroten. Binnen deze roadmap is de eerste versnelling ingezet middels de Klimaatenvelop: lopende contracten (duurzamere types asfalt), nieuwe contracten (contractvoorwaarden voor stimuleren duurzaamheid) en prijsvraag duurzamer asfalt (innovatie stimuleren).

Bon sluit af met drie uitdagingen voor transitie vanuit de sectorvisie Infra:

  1. Markt transformatie – welke nieuwe contracten en businessmodellen zijn er mogelijk, financiering van transitie, open source methodieken
  2. Organisatie aanpassing – adaptieve organisaties: waar kan of moet data helpen?
  3. Technologie – focus op impact: hoe beoordelen we innovatie eenduidig en compleet?

Marco Hofman - Lid Kernteam Bouwagenda, Roadmap 1 Bruggen en Sluizen en Programmamanager Infrastructuur Provincie Noord-Holland 

Waarom is circulariteit in de infra zo hard nodig en wat is de context?

Marco Hofman licht in zijn presentatie De Bouwagenda toe binnen het speelveld van de opgave tot het komen van een circulaire bouwketen. De Bouwagenda is geen programma, maar een beweging en een coalitie om te agenderen, te stimuleren en de verschillende partijen bij elkaar te brengen. In de Bouwagenda zijn verschillende roadmaps opgesteld op basis van reeds gemaakte afspraken, waarvan Roadmap 1 zich richt op bruggen en sluizen. “We willen onze civiele kunstwerken toekomstbestendig maken: qua functionaliteit, qua klimaatadaptatie, qua energieneutraal gebruik, qua circulaire aanpak, met 40.000-100.000 kunstwerken een enorme opgave.

Hierbij wordt door de Bouwagenda ingezet op een viertal sporen: een kennisagenda (gezamenlijk opgesteld door markt en overheid), stimulerende aanbestedingsvormen (om innovatie te stimuleren), prototype projecten (zoals InnovA58 en het circulaire viaduct) en het vergroten van institutionele prikkels (doorontwikkeling Nota Kapitaalgoederen).

Marco nodigt iedereen uit om als het gaat om een circulaire infrastructuur gewoon te beginnen, we hebben zowel doeners als denkers nodig in dit proces!

Esther van Eijk – Specialist Circulaire Economie bij van Hattum Blankevoort

Hoe kun je in co-creatie stappen zetten naar een circulaire economie?

Esther van Eijk werkt vanuit Van Hattum Blankevoort aan haar droom. De ambitie om duurzaamste civiele bouwer van Nederland in 2025 te zijn. In 2015 is zij gestart met de ontwikkeling van een circulair viaduct. Dit begon met een doel waarvan zij geen idee had hoe het eindresultaat eruit kwam te zien. In co-creatie is gewerkt van idee (2016) tot een ontwerp (2017) en de daadwerkelijke bouw (2018) van een circulair viaduct. Het ontwerpen van circulaire infrastructuur vroeg wel om een andere wijze van denken, om de systeemfouten in het ontwerpproces vooraf te verwijderen, i.p.v. achteraf na te denken over hoe je grondstoffen kunt hergebruiken, denk je vooraf al actief na hoe een grondstof na de levensduur wordt hergebruikt.

Esther heeft een aantal succesfactoren geïdentificeerd voor het circulaire ontwerpproces:

  • Omdraaien ontwerpprincipes (focus op ongeschonden terugwinbare grondstoffen)
  • Denken in waarde i.p.v. fout reductie
  • Levensduuroptimalisatie (veranderen van beoogde levensduur, flexibel 25-300 jaar van modules)
  • Gebruik van ‘gezonde’ grondstoffen
  • Gescheiden kringlopen creëren (geen afval in andere kringloop door je eigen ontwerp)
  • Hoog hergebruik niveau van grondstoffen (R-Loop)
  • Gebruik van materialenpaspoort

Daarnaast is het belangrijk gebruik te maken van de samenwerkingsmogelijkheden die tussen markt en overheid nu al bestaan, zoals bijvoorbeeld het innovatief partnerschap. Esther roept anderen op deel te nemen aan het ontwikkelteam voor het circulaire viaduct.

Tijdens vier sub-sessies in de vorm van workshops werd ingegaan op circulariteit implementeren en circulariteit in de praktijk.

Harco Kersten - Provincie Gelderland

Circulariteit in een aanbesteding, wat is de juiste vorm?

Harco Kersten is als coördinator Duurzaamheid GWW actief binnen de Provincie Gelderland. In deze rol probeert hij een verbinder te zijn zodat Duurzaamheid en Circulariteit in de Gelderse infra projecten een vaste plek krijgt. Harco begint zijn presentatie  met een aantal ‘routes’ die de Provincie bij diverse projecten (pilots binnen renovaties, investeringsproject & regulier asfaltonderhoud) heeft doorlopen op zoek naar (meer) circulariteit. Het doel is hierbij geweest bruikbare werkwijzen te ontdekken die bijgeschaafd kunnen worden zodat ze opgeschaald kunnen worden in toekomstige projecten en een bijdrage te leveren aan de ambities op gebied van Duurzaamheid en Circulariteit van de provincie Gelderland als geheel.

In het interactieve gedeelte van de workshop werd middels stellingen ingegaan op het thema circulariteit binnen de eigen organisaties van de deelnemers. Er bleken binnen organisaties zowel goede als slechte voorbeelden te bestaan voor implementatie van circulariteit: “Er is geen slechte start die gemaakt kan worden met circulariteit in projecten, maar we moeten voorbij het laaghangend fruit in projecten en naar echte implementatie in de organisatie”.

Een vaste strategie om circulariteit binnen organisaties in projecten toe te passen ontbrak vaak, het is op dit moment nog te vaak persoonsafhankelijk van enkele voorlopers binnen de organisatie, de link naar de staande organisatie begint te komen. Ook op het gebied van materialen die vrijkomen bij projecten valt nog veel te winnen: “Op macroniveau hebben wij goed zicht, maar op microniveau nog niet, laat staan op wat er op dit moment nog in al onze infrastructuur zit”. Afsluitende conclusie door alle deelnemers richtte zich op de noodzaak tot samenwerking. Om de doelen te bereiken is het structureel noodzakelijk om samen te werken met de ketenpartijen. Richt je hierbij niet alleen op nieuwe projecten maar ook op duurzaamheid bij renovatie en onderhoud.

Ludwig Temme - Gemeente Amersfoort

Circulariteit implementeren, vechten tegen de bierkaai?

Hoe zorg je ervoor dat circulariteit toegepast wordt? Op welk niveau regel je het? Hoe maak je afspraken met de branche? Is het project het juiste niveau voor implementatie van en sturen op circulariteit? Aan de hand van de dilemma’s waar de gemeente Amersfoort tegen aan liep werd geprobeerd antwoord te geven op deze vragen. Bekijk hier de presentatie.

Vervolgens was het de beurt aan de aanwezigen in de zaal. In de vorm van een tribunaal moest de stelling de volgende stelling verdedigd, dan wel verworpen worden.

Om daadwerkelijk een transitie op gang te krijgen naar een circulaire economie is een project NIET het juiste niveau.

Argumenten voor de stelling:

  • Niet in de projecten stoppen, dit komt er dan bij.
  • Het moet via de bestuurslaag in de projecten worden gestopt, niet afzonderlijk
  • Als het in ieder project wordt toegepast is de kans op versnippering groot

Argumenten tegen de stelling:

  • De markt denkt op projectniveau, niet op beleidsniveau. Wil je de markt meenemen dan op projectniveau insteken.
  • Opdrachtgeverschap anders invullen, niet traditioneel. Loslaten en een stap verder gaan door het wel in projecten op te nemen.
  • LEF hebben intern.
  • Het is alleen betaalbaar door circulariteit in een project op te nemen.

Binnen de gemeente Amersfoort kijken ze naar verschillende mogelijkheden. Zij geven aan dat er niet één manier is. Advies: Samen versterken, vind elkaar. Niet te versnipperend uitvoeren.

Conclusie: op beide borden schakelen!

Paul Mul - Gemeente Almere

Circulariteit in de praktijk: Grip op grondstoffen

Paul gaat in op de activiteiten van de gemeente Almere in de transitie naar een circulaire economie. Almere staat voorin in het proces, in het faciliteren en versnellen van processen om circulair te worden als gemeente. Dit doet de gemeente rondom 3 opgaven: Minimaal gebruik primaire grondstoffen, Zo lang en effectief mogelijk gebruik van grondstoffen & geen afval (maximaal hergebruik). Geleerde lessen bij het aanpakken van deze opgaves zijn gevonden in het gebrek aan urgentie dat gevoeld wordt (door o.a. de politiek, barrières van het huidige systeem en een gebrek aan het nemen van risico’s en onvoldoende marktvraag. In zijn presentatie doorloopt Paul de verschillende projecten en trajecten waarin de gemeente participeert, met als doel marktvraag te vergroten, barrières en vooroordelen over de circulaire economie weg te nemen. Hierin pioniert de gemeente en gaat soms onverwachte verbindingen aan.

In de discussie richt Paul zich op succesfactoren om duurzaamheid en circulariteit in projecten te verankeren. Elementen die (mede vanuit een afstudeeronderzoek van Jordy Stiphout naar implementatie duurzaamheid binnen GWW-projecten) naar voren komen zijn:

  • Individueel gedrag en betrokkenheid van ambtenaren
  • Organisatie ondersteuning voor duurzaamheid
  • Communicatie en samenwerking met de markt
  • Nieuwe projectmanagementsystemen en tools
  • Spcificeren en meetbaarheid van duurzaamheid
  • Politiek kapitaal dat wordt ingezet.
  • Nadenken over Total Cost of Ownership van een project

De conclusies van het onderzoek van Jordy Stiphout zijn onder deze terugblik weergegeven.

Daarnaast presenteert Paul een interessante gedachtenoefening/berekening over de benodigde materialen voor het aanleggen van een 13,6 kilometer snelweg in Almere en in hoeverre deze kan worden aangelegd met lokale materialen. De uitkomst: 20% van de grondstoffen is maar lokaal beschikbaar. Dit stelt ons voor vragen om anders toepassen van materialen, anders ontwerpen en de enorme aantallen grondstoffen waarover wij praten binnen de circulaire economie.

Inez van Tilburg – Unie van Waterchappen

Circulariteit bij waterschappen

Inez van Tilburg stipt in haar presentatie helder aan wat waterschappen doen op het gebied van circulariteit. Circulaire economie kan toegepast worden in de GWW, bedrijfsvoeringen, waterzuivering en onderhoud van waterwegen. Verschillende concrete voorbeelden van toepassingen komen aan bod. De discussie richt zich op dilemma’s waar bijna alle overheden mee worstelen. Iedereen vindt dat circulariteit geld mag kosten, maar toch blijken kosten regelmatig een belemmerende factor. Hoe komt dat? Is geleidelijk afschaffen van lineaire inkoop een oplossing? Vragen die verder tot wisselende antwoorden leiden zijn: moet een waterschap een leidende rol pakken? En: in hoeverre moeten waterschappen de markt op? Wel eensluidend is het antwoord op de vraag wat de belangrijkste factor is om circulariteit te implementeren. Iedereen is het er over eens dat persoonlijk leiderschap met stip op één staat.

                   Themadag circulaire infrastructuur

Jordy Stiphout - Technische Universiteit Eindhoven en Royal HaskoningDHV

Onderzoek naar succes(f)actoren voor het behalen van duurzaamheidsdoelen binnen GWW-projecten bij Nederlandse gemeenten 

Tijdens de recente circulaire infra middag in Utrecht van Platform WOW werd kort stilgestaan bij het onderzoek van Jordy van Stiphout naar succes(f)actoren voor realisatie van duurzame GWW-projecten bij Nederlandse gemeenten (lees hier het gehele onderzoek). Platform WOW zet de conclusies van dit onderzoek op een rij:

Het onderzoek start met een studie naar hoe duurzaamheid bij GWW-projecten in de praktijk in doelstellingen wordt gevat versus de gangbare theorie over duurzaamheid. Duurzaamheid in de theorie wordt beschreven aan de hand van de ambitiewebthema’s (12 thema’s gerelateerd aan People, Planet en Profit) en de balans hiertussen. In de praktijk van het GWW-project wordt duurzaamheid voornamelijk geassocieerd aan doelen op basis van Materialen, Energie, Klimaat en Welzijn (vooral Planet en kleine focus op People).

Door expertinterviews en een literatuurstudies zijn door Jordy zeven (f)actoren geselecteerd welke van invloed zijn op het behalen van vastgestelde duurzaamheidsdoelstellingen bij GWW-projecten. Dit zijn:

  1. Steun van het management
  2. Individueel gedrag en commitment
  3. Totale levenscyclus kosten
  4. Niveau van specificeren en opnemen van duurzaamheidscriteria in de tenderuitvraag
  5. Ingerichte projectmanagementsystemen
  6. Communicatie en samenwerking met de markt
  7. Politieke betrokkenheid en steunDeze bovenstaande factoren zijn getoetst aan de vijf geselecteerde gemeentelijk GWW-projecten (Nijkerk, Molenwaard, Rotterdam, Venlo & Zevenaar). Deze projecten hebben vooraf heldere duurzaamheidsdoelstellingen opgesteld. Uit de toets blijkt dat de genoemde factoren allen inderdaad van invloed zijn op succesvolle implementatie van duurzaamheid in het project, zij het in verschillende niveaus van impact.

De belangrijkste (f)actoren zijn hierbij:

  • Individuele betrokkenheid en gedrag van de medewerker heeft hierbij de grootste invloed: intrinsieke motivatie, bereidheid voor verandering en het nemen van risico’s en out-of-the-box denken dragen voor een groot deel bij aan het behalen van de doelstellingen.
  • Hierop volgend zijn de ingerichte managementsystemen (gestructureerde projectaanpak om duurzaamheid onderdeel te maken van een project.), steun van het management (faciliteren van benodigde middelen) en communicatie en samenwerking met de markt (kies de juiste samenwerkingsvorm).

Het onderzoek sluit af met aanbevelingen hoe je de genoemde factoren en actoren kan implementeren in je eigen organisatie: 

  1. Cultuurverandering in de sector (Laat dwarsdenkers in je project toe, stimuleer het nemen van risico’s en voorzie in een goede mix tussen ervaring en vernieuwers)
  2. Verbeter de samenwerking tussen management en projectteams (heldere strategische beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid die SMART zijn gemaakt op projectniveau) Tevens het vaststellen van voldoende middelen (tijd/geld/kwaliteit) om de vastgestelde doelstellingen te behalen.
  3. Betrek alle stakeholders vanaf de start van het project (interne samenwerking op orde, betrek de markt zo vroeg mogelijk en samen risico’s dragen en beslissingen nemen)
  4. Inbedden van duurzaamheid in je projectmanagement systeem (Start met het opstellen van SMART duurzame projectdoelstellingen, verwerk deze tot functionele specificaties en duurzame EMVI-criteria voor in de uitvraag, selecteer de aanbesteding op basis van totale levenscyclus kosten van de oplossing, meet en monitor de duurzaamheidsvoortgang en borg de leereffecten in de standaard werkprocedures)
  5. Gebruik de politieke ambities op het gebied van duurzaamheid om betrokken te overtuigen.

De huidige en optimale situatie voor het implementeren van duurzaamheidsdoelstellingen zijn door Jordy mooi samengebracht in de volgende twee praatplaten: huidige situatie duurzaamheid in gww-projecten en toekomstbeeld duurzaamheid in  gww-projecten.