Test header

Nieuwsbrief augustus: Samenwerking op de Friese wateren

28 augustus 2015

Deze column is geschreven als voorwoord voor de WOW-nieuwsbrief van augustus 2015.

De afgelopen zomer was ik vanzelfsprekend een aantal keren te vinden op de Friese meren; zowel bij het SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen)- als het IFKS (Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen). Dit zijn grote watersport evenementen waar Water Ontmoet Water in de praktijk goed te beleven is. De organiserende comités, de schippers van de skûtsjes, de mobiele verkeersleiders van Rijkswaterstaat, de scheepvaartmeesters van de provincie, de politie te water, de ambulanceboot in Sneek, de collega's van de Veiligheidsregio Fryslân, de vuilwaterboot, de beroepsvaart en natuurlijk de duizenden  toeschouwers op en aan het water, enz. enz.  Allemaal publieke en private partijen op het Friese water. Waar dit soort evenementen 'vroeger' haast vanzelf liepen, is er vandaag de dag steeds meer sprake van gecoördineerd overleg en optreden. Dat is een goede zaak, want als het nodig is, moet je elkaar weten te vinden en elkaars taken en verantwoordelijkheden kennen.  Dit soort overlegstructuren ontstaan omdat partijen erkennen dat ze elkaar nodig hebben om er een geslaagd festijn van te maken. Alles vanzelfsprekend in het kader van een vlotte en veilige doorvaart voor deelnemers, passanten en toeschouwers. En dan merk je dat soms ook zaken van het grote wereldtoneel doorsijpelen in lokale evenementen.  Ik kan mij zo voorstellen dat de organisatie van Sail-Amsterdam 2015 dit soort overleggen in het kwadraat voert. Het is misschien wel eens aardig om in beeld te brengen hoeveel verschillende partijen nodig zijn om dit soort regionale en nationale evenementen mogelijk te maken. Dat is ook Water ontmoet Water.

 

 Skutsje

Naast dit soort grote, zichtbare en druk bezochte waterzaken geven we als bestuur van WOW ook aandacht aan de stille plekjes. Binnenkort  brengen we een bezoek aan het voormalig baggerdepot Trijehûs  bij Grou aan het Prinses Margrietkanaal. Dit is een baggerstortplaats waar in de periode 2005 - 2011 de Friese saneringsbaggerspecie is verwerkt. Het depot nadert nu zijn voltooiing en zal aan de natuur worden teruggegeven. Ook hierbij hebben weer zeer verschillende partijen moeten samenwerken om dit mogelijk te maken. Veel vergunningverlenende en controlerende instanties, ingenieursbureaus die de watervoerende grondpakketten hebben berekend, maar ook omwonenden of de Fryske Feriening foar Fjildbiology (voor de niet Frysktaligen: de Friese vereniging voor veldbiologie). Door goed en veelvuldig overleg te plegen, is een afwerkingsplan opgesteld dat recht doet aan alle belangen en belanghebbenden.  Van zogeheten keukentafelgesprekken tot presentaties door de gedeputeerde van waterstaatszaken:  in Fryslân heeft iedereen zijn inbreng kunnen geven.  Door deze werkwijze zijn beroepen en bezwaren tot nu toe uitgebleven. Best bijzonder voor een dergelijk waterstaatskundig object. Want iedereen wil dat de vaarwegen worden gebaggerd en zeker als er (ernstige) verontreinigingen zijn vastgesteld moet de overheid dat regelen. Maar niemand wil vervolgens een baggerdepot waar de baggerspecie moet worden opgeslagen en verwerkt. De locatie Trijehûs is een mooi voorbeeld van een goede landschappelijke inpassing, verantwoorde verwerking en opslag en een technisch goed verlopen vergunning proces voor een 'eeuwig durende' nazorg. Naar verwachting zal Trijehûs in 2016 worden opgeleverd. Ook het omgevingsmanagement wat hierbij komt kijken is natuurlijk een vorm van Water ontmoet Water.

Albert Stuulen, hoofd van de afdeling Provinciale Waterstaat Fryslân en bestuurslid van Water Ontmoet Water

Albert Stuulen